NEDERLANDS
🇳🇱

    Grut

    B1uncommonZipf 2.5

    korrel; kleinigheden; kleine kinderen; werkwoord

    • de grut

      Zelfstandig naamwoord/'ɣrʏt/

      korrel

      enkelvoud

      grutgrutje

      meervoud

      gruttengrutjes
    • het grut

      Zelfstandig naamwoord/'ɣrʏt/

      kleinigheden; kleine kinderen

      enkelvoud

      grut
    • grutten

      Werkwoord/'ɣrʏtən; 'ɣrʏtə/

      infinitief

      grutten

      tegenwoordige tijd

      grutgrutten

      verleden tijd

      gruttegrutten

      tegenwoordig deelwoord

      gruttendgruttende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.