NEDERLANDS
🇳🇱

    Hagelen

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • hagelen

      Werkwoord/'haɣələn; 'haɣələ/

      infinitief

      hagelen

      tegenwoordige tijd

      hagelhagelthagelen

      verleden tijd

      hageldehagelden

      tegenwoordig deelwoord

      hagelendhagelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren