NEDERLANDS
🇳🇱

    Halfrond

    B1commonZipf 3.1

    adjectief; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • halfrond

      Bijvoeglijk naamwoord/'hɑlfrɔnt; hɑlf'rɔnt/

      stellende trap

      halfrondhalfrondehalfronds
    • het halfrond

      Zelfstandig naamwoord/'hɑlfrɔnt/

      enkelvoud

      halfrondhalfrondje

      meervoud

      halfrondenhalfrondjes

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren