NEDERLANDS
🇳🇱

    Halster

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de halster

      Zelfstandig naamwoord/'hɑlstər/

      enkelvoud

      halsterhalstertje

      meervoud

      halstershalstertjes
    • halsteren

      Werkwoord/'hɑlstərən; 'hɑlstərə/

      infinitief

      halsteren

      tegenwoordige tijd

      halsterhalsterthalsteren

      verleden tijd

      halsterdehalsterden

      tegenwoordig deelwoord

      halsterendhalsterende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren