NEDERLANDS
🇳🇱

    Halveer

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • halveren

      Werkwoord/hɑl'verən; hɑl'verə/

      infinitief

      halveren

      tegenwoordige tijd

      halveerhalveerthalveren

      verleden tijd

      halveerdehalveerden

      tegenwoordig deelwoord

      halverendhalverende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren