NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Hap(de)
    Zelfstandig naamwoordbeet of stuk eten
  • 22Happen
    Werkwoordbijten of eten

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Hap(de)
    Zelfstandig naamwoordbeet of stuk eten
  • 22Happen
    Werkwoordbijten of eten
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Happende
WoordenboekHappende

Happende

  • dehap

    Zelfstandig naamwoord

    beet of stuk eten

    1. klein stukje voedsel dat je in één keer in je mond stoptIk neem een hap van de taart.
    2. kleine hoeveelheid voedsel die je proeft of serveertIk neem een hap van de taart.
    3. plotselinge beweging waarbij iets of iemand iets vastpakt of paktDe kat nam een hap van de vis.
  • happen

    Werkwoord

    bijten of eten

    1. met de mond een stuk van iets afbijten of proberen te pakkenDe hond hapte naar het stuk vlees.
    2. plotseling en kort ademhalen, vaak door verrassing of inspanningDe baby hapte naar lucht toen hij onder water ging.
    3. meteen reageren op een aanbod of kans, vaak zonder nadenkenToen de baan werd aangeboden, hapte hij meteen toe.

Verwante woorden

gehapthaphapjehapjeshappehappenhappendhapthaptehapten

Blijf leren

Meest voorkomende Nederlandse woordenOefenen