Haren
top5000Zipf 4.1
adjectief; voornaamwoord, bezittelijk voornaamwoord; afzonderlijke haar
haren
Bijvoeglijk naamwoord/'harən; 'harə/stellende trap
harenhaar
Voornaamwoord/'har/onderwerp
d'rhaarheurmeewerkend voorwerp
d'rhaarheurlijdend voorwerp
d'rhaarheurde/het haar
Zelfstandig naamwoord/'har/afzonderlijke haar
/geen-haar-op-mijn-hoofd-die-of-dat-daaraan-denkt
enkelvoud
haarhaartjemeervoud
harenhaartjesde/het hare
Zelfstandig naamwoord/'harə/enkelvoud
haremeervoud
hareharenharen
Werkwoord/'harən; 'harə/verharen
infinitief
harentegenwoordige tijd
haarhaartharenverleden tijd
haardehaardentegenwoordig deelwoord
harendharendeharen
Werkwoord/'harən; 'harə/scherpen
infinitief
harentegenwoordige tijd
haarhaartharenverleden tijd
haardehaardentegenwoordig deelwoord
harendharende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.