NEDERLANDS
🇳🇱

    Haren

    top5000Zipf 4.1

    adjectief; voornaamwoord, bezittelijk voornaamwoord; afzonderlijke haar

    • haren

      Bijvoeglijk naamwoord/'harən; 'harə/

      stellende trap

      haren
    • haar

      Voornaamwoord/'har/

      onderwerp

      d'rhaarheur

      meewerkend voorwerp

      d'rhaarheur

      lijdend voorwerp

      d'rhaarheur
    • de/het haar

      Zelfstandig naamwoord/'har/

      afzonderlijke haar

      /geen-haar-op-mijn-hoofd-die-of-dat-daaraan-denkt

      enkelvoud

      haarhaartje

      meervoud

      harenhaartjes
    • de/het hare

      Zelfstandig naamwoord/'harə/

      enkelvoud

      hare

      meervoud

      hareharen
    • haren

      Werkwoord/'harən; 'harə/

      verharen

      infinitief

      haren

      tegenwoordige tijd

      haarhaartharen

      verleden tijd

      haardehaarden

      tegenwoordig deelwoord

      harendharende
    • haren

      Werkwoord/'harən; 'harə/

      scherpen

      infinitief

      haren

      tegenwoordige tijd

      haarhaartharen

      verleden tijd

      haardehaarden

      tegenwoordig deelwoord

      harendharende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.