NEDERLANDS
🇳🇱

    Harpen

    uncommonZipf 2.2

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de harp

      Zelfstandig naamwoord/'hɑrp/

      enkelvoud

      harpharpje

      meervoud

      harpenharpjes
    • harpen

      Werkwoord/'hɑrpən; 'hɑrpə/

      infinitief

      harpen

      tegenwoordige tijd

      harpharptharpen

      verleden tijd

      harpteharpten

      tegenwoordig deelwoord

      harpendharpende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren