NEDERLANDS
🇳🇱

    Haspel

    uncommonZipf 2.5

    werktuig; gekibbel; werkwoord

    • de haspel

      Zelfstandig naamwoord/'hɑspəl/

      werktuig

      enkelvoud

      haspelhaspeltje

      meervoud

      haspelenhaspelshaspeltjes
    • de haspel

      Zelfstandig naamwoord/'hɑspəl/

      gekibbel

      enkelvoud

      haspelhaspeltje

      meervoud

      haspelshaspeltjes
    • haspelen

      Werkwoord/'hɑspələn; 'hɑspələ/

      infinitief

      haspelen

      tegenwoordige tijd

      haspelhaspelthaspelen

      verleden tijd

      haspeldehaspelden

      tegenwoordig deelwoord

      haspelendhaspelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren