NEDERLANDS
🇳🇱

    Heersend

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord; adjectief

    • heersen

      Werkwoord/'hersən; 'hersə/

      infinitief

      heersen

      tegenwoordige tijd

      heersheerstheersen

      verleden tijd

      heersteheersten

      tegenwoordig deelwoord

      heersendheersende
    • heersend

      Bijvoeglijk naamwoord/'hersənt/

      stellende trap

      heersendheersendeheersends

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren