Hengel
B1commonZipf 3.3
vistuig; plant; werkwoord
de hengel
Zelfstandig naamwoord/'hɛŋəl/vistuig
enkelvoud
hengelhengeltjemeervoud
hengelshengeltjesde hengel
Zelfstandig naamwoord/'hɛŋəl/plant
enkelvoud
hengelhengelen
Werkwoord/'hɛŋələn; 'hɛŋələ/infinitief
hengelentegenwoordige tijd
hengelhengelthengelenverleden tijd
hengeldehengeldentegenwoordig deelwoord
hengelendhengelende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.