NEDERLANDS
🇳🇱

    Hengel

    B1commonZipf 3.3

    vistuig; plant; werkwoord

    • de hengel

      Zelfstandig naamwoord/'hɛŋəl/

      vistuig

      enkelvoud

      hengelhengeltje

      meervoud

      hengelshengeltjes
    • de hengel

      Zelfstandig naamwoord/'hɛŋəl/

      plant

      enkelvoud

      hengel
    • hengelen

      Werkwoord/'hɛŋələn; 'hɛŋələ/

      infinitief

      hengelen

      tegenwoordige tijd

      hengelhengelthengelen

      verleden tijd

      hengeldehengelden

      tegenwoordig deelwoord

      hengelendhengelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.