NEDERLANDS
🇳🇱

    Herbouw

    uncommonZipf 2.5

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de herbouw

      Zelfstandig naamwoord/'hɛrbɔu/

      enkelvoud

      herbouw
    • herbouwen

      Werkwoord/hɛr'bɔuwən; hɛr'bɔuwə/

      infinitief

      herbouwen

      tegenwoordige tijd

      herbouwherbouwtherbouwen

      verleden tijd

      herbouwdeherbouwden

      tegenwoordig deelwoord

      herbouwendherbouwende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren