NEDERLANDS
🇳🇱

    Heul

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord; heil; geul

    • heulen

      Werkwoord/'hølən; 'hølə/

      infinitief

      heulen

      tegenwoordige tijd

      heulheultheulen

      verleden tijd

      heuldeheulden

      tegenwoordig deelwoord

      heulendheulende
    • het heul

      Zelfstandig naamwoord/'høl/

      heil

      enkelvoud

      heul
    • de heul

      Zelfstandig naamwoord/'høl/

      geul

      enkelvoud

      heulheultje

      meervoud

      heulenheultjes
    • de heul

      Zelfstandig naamwoord/'høl/

      gewas

      enkelvoud

      heul

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren