NEDERLANDS
🇳🇱

    Heulen

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord; geul

    • heulen

      Werkwoord/'hølən; 'hølə/

      infinitief

      heulen

      tegenwoordige tijd

      heulheultheulen

      verleden tijd

      heuldeheulden

      tegenwoordig deelwoord

      heulendheulende
    • de heul

      Zelfstandig naamwoord/'høl/

      geul

      enkelvoud

      heulheultje

      meervoud

      heulenheultjes

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren