Honk
commonZipf 3.6
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
het honk
Zelfstandig naamwoord/'hɔŋk/enkelvoud
honkmeervoud
honkenhonken
Werkwoord/'hɔŋkən; 'hɔŋkə/infinitief
honkentegenwoordige tijd
honkhonkthonkenverleden tijd
honktehonktentegenwoordig deelwoord
honkendhonkende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.