NEDERLANDS
🇳🇱

    Horten

    uncommonZipf 2.1

    stoot; werkwoord

    • de hort

      Zelfstandig naamwoord/'hɔrt/

      stoot

      enkelvoud

      horthortje

      meervoud

      hortenhortjes
    • horten

      Werkwoord/'hɔrtən; 'hɔrtə/

      infinitief

      horten

      tegenwoordige tijd

      horthorten

      verleden tijd

      horttehortten

      tegenwoordig deelwoord

      hortendhortende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren