NEDERLANDS
🇳🇱

    Hotspot

    uncommonZipf 2.0

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de hotspot

      Zelfstandig naamwoord/'hɔtspɔt/

      enkelvoud

      hotspothotspotje

      meervoud

      hotspotshotspotjes
    • hotspotten

      Werkwoord/'hɔtspɔtən; 'hɔtspɔtə/

      infinitief

      hotspotten

      tegenwoordige tijd

      hotspothotspotten

      verleden tijd

      hotspottehotspotten

      tegenwoordig deelwoord

      hotspottendhotspottende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren