NEDERLANDS
🇳🇱

    Hug

    uncommonZipf 2.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de hug

      Zelfstandig naamwoord/'hʏk/

      enkelvoud

      hug

      meervoud

      hugs
    • huggen

      Werkwoord/'hʏɡən; 'hʏɡə/

      infinitief

      huggen

      tegenwoordige tijd

      hughugthuggen

      verleden tijd

      hugdehugden

      tegenwoordig deelwoord

      huggendhuggende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren