NEDERLANDS
🇳🇱

    Huppelt

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • huppelen

      Werkwoord/'hʏpələn; 'hʏpələ/

      infinitief

      huppelen

      tegenwoordige tijd

      huppelhuppelthuppelen

      verleden tijd

      huppeldehuppelden

      tegenwoordig deelwoord

      huppelendhuppelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.