NEDERLANDS
🇳🇱

    Hussel

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • husselen

      Werkwoord/'hʏsələn; 'hʏsələ/

      infinitief

      husselen

      tegenwoordige tijd

      husselhusselthusselen

      verleden tijd

      husseldehusselden

      tegenwoordig deelwoord

      husselendhusselende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren