NEDERLANDS
🇳🇱

    Ijsberen

    B1commonZipf 3.2

    dier; ijsbreker; werkwoord

    • de ijsbeer

      Zelfstandig naamwoord/'ɛɪzber/

      dier

      enkelvoud

      ijsbeerijsbeertje

      meervoud

      ijsberenijsbeertjes
    • de ijsbeer

      Zelfstandig naamwoord/'ɛɪzber/

      ijsbreker

      enkelvoud

      ijsbeerijsbeertje

      meervoud

      ijsberenijsbeertjes
    • ijsberen

      Werkwoord/'ɛɪzberən; 'ɛɪzberə/

      infinitief

      ijsberen

      tegenwoordige tijd

      ijsbeerijsbeertijsberen

      verleden tijd

      ijsbeerdeijsbeerden

      tegenwoordig deelwoord

      ijsberendijsberende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.