NEDERLANDS
🇳🇱

    Imploderen

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • imploderen

      Werkwoord/ɪmplo'derən; ɪmplo'derə/

      infinitief

      imploderen

      tegenwoordige tijd

      implodeerimplodeertimploderen

      verleden tijd

      implodeerdeimplodeerden

      tegenwoordig deelwoord

      imploderendimploderende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren