NEDERLANDS
🇳🇱

    Inleg

    uncommonZipf 2.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de inleg

      Zelfstandig naamwoord/'ɪnlɛx/

      enkelvoud

      inleginlegje

      meervoud

      inleggeninlegjes
    • inleggen

      Werkwoord/'ɪnlɛɣən; 'ɪnlɛɣə/

      infinitief

      inleggen

      tegenwoordige tijd

      leg ininleglegt ininlegtleggen ininleggen

      verleden tijd

      legde ininlegdelegden ininlegden

      tegenwoordig deelwoord

      inleggendinleggende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.