NEDERLANDS
🇳🇱

    Inmaakt

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • inmaken

      Werkwoord/'ɪnmakən; 'ɪnmakə/

      infinitief

      inmaken

      tegenwoordige tijd

      maak ininmaakmaakt ininmaaktmaken ininmaken

      verleden tijd

      maakte ininmaaktemaakten ininmaakten

      tegenwoordig deelwoord

      inmakendinmakende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren