Inplanten
uncommonZipf 2.5
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de inplant
Zelfstandig naamwoord/'ɪnplɑnt/enkelvoud
inplantmeervoud
inplanteninplanten
Werkwoord/'ɪnplɑntən; 'ɪnplɑntə/infinitief
inplantentegenwoordige tijd
plant ininplantplanten ininplantenverleden tijd
plantte ininplantteplantten ininplanttentegenwoordig deelwoord
inplantendinplantende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.