NEDERLANDS
🇳🇱

    Inpraten

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • inpraten

      Werkwoord/'ɪnpratən; 'ɪnpratə/

      infinitief

      inpraten

      tegenwoordige tijd

      praat ininpraatpraten ininpraten

      verleden tijd

      praatte ininpraattepraatten ininpraatten

      tegenwoordig deelwoord

      inpratendinpratende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.