NEDERLANDS
🇳🇱

    Inrichter

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • de inrichter

      Zelfstandig naamwoord/'ɪnrɪxtər/

      enkelvoud

      inrichter

      meervoud

      inrichters

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren