NEDERLANDS
🇳🇱

    Insprong

    uncommonZipf 2.0

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • inspringen

      Werkwoord/'ɪnsprɪŋən; 'ɪnsprɪŋə/

      infinitief

      inspringen

      tegenwoordige tijd

      spring ininspringspringt ininspringtspringen ininspringen

      verleden tijd

      sprong ininsprongsprongen ininsprongen

      tegenwoordig deelwoord

      inspringendinspringende
    • de insprong

      Zelfstandig naamwoord/'ɪnsprɔŋ/

      enkelvoud

      insprong

      meervoud

      insprongen

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren