NEDERLANDS
🇳🇱

    Instap

    uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de instap

      Zelfstandig naamwoord/'ɪnstɑp/

      enkelvoud

      instapinstapje

      meervoud

      instappeninstapjes
    • instappen

      Werkwoord/'ɪnstɑpən; 'ɪnstɑpə/

      infinitief

      instappen

      tegenwoordige tijd

      stap ininstapstapt ininstaptstappen ininstappen

      verleden tijd

      stapte ininstaptestapten ininstapten

      tegenwoordig deelwoord

      instappendinstappende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren