Instroom
B1uncommonZipf 2.1
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de instroom
Zelfstandig naamwoord/'ɪnstrom/enkelvoud
instroominstroompjemeervoud
instromeninstroompjesinstromen
Werkwoord/'ɪnstromən; 'ɪnstromə/infinitief
instromentegenwoordige tijd
stroom ininstroomstroomt ininstroomtstromen ininstromenverleden tijd
stroomde ininstroomdestroomden ininstroomdentegenwoordig deelwoord
instromendinstromende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.