NEDERLANDS
🇳🇱

    Instrueer

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • instrueren

      Werkwoord/ɪnstry'werən; ɪnstry'werə/

      infinitief

      instrueren

      tegenwoordige tijd

      instrueerinstrueertinstrueren

      verleden tijd

      instrueerdeinstrueerden

      tegenwoordig deelwoord

      instruerendinstruerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren