NEDERLANDS
🇳🇱

    Instrueren

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • instrueren

      Werkwoord/ɪnstry'werən; ɪnstry'werə/

      infinitief

      instrueren

      tegenwoordige tijd

      instrueerinstrueertinstrueren

      verleden tijd

      instrueerdeinstrueerden

      tegenwoordig deelwoord

      instruerendinstruerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.