NEDERLANDS
🇳🇱

    Internetwinkel

    B1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de internetwinkel

      Zelfstandig naamwoord/'ɪntərnɛtwɪŋkəl/

      enkelvoud

      internetwinkelinternetwinkeltje

      meervoud

      internetwinkelsinternetwinkeltjes
    • internetwinkelen

      Werkwoord/'ɪntərnɛtwɪŋkələn; 'ɪntərnɛtwɪŋkələ/

      infinitief

      internetwinkelen

      tegenwoordige tijd

      internetwinkelinternetwinkeltinternetwinkelen

      verleden tijd

      internetwinkeldeinternetwinkelden

      tegenwoordig deelwoord

      internetwinkelendinternetwinkelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.