NEDERLANDS
🇳🇱

    Inwoont

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • inwonen

      Werkwoord/'ɪnwonən; 'ɪnwonə/

      infinitief

      inwonen

      tegenwoordige tijd

      woon ininwoonwoont ininwoontwonen ininwonen

      verleden tijd

      woonde ininwoondewoonden ininwoonden

      tegenwoordig deelwoord

      inwonendinwonende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren