NEDERLANDS
🇳🇱

    Inzagen

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • inzien

      Werkwoord/'ɪnzin/

      infinitief

      inzien

      tegenwoordige tijd

      zie ininzieziet ininzietzien ininzien

      verleden tijd

      zag ininzagzagen ininzagen

      tegenwoordig deelwoord

      inziendinziende
    • de inzage

      Zelfstandig naamwoord/'ɪnzaɣə/

      enkelvoud

      inzage

      meervoud

      inzageninzages
    • inzagen

      Werkwoord/'ɪnzaɣən; 'ɪnzaɣə/

      infinitief

      inzagen

      tegenwoordige tijd

      zaag ininzaagzaagt ininzaagtzagen ininzagen

      verleden tijd

      zaagde ininzaagdezaagden ininzaagden

      tegenwoordig deelwoord

      inzagendinzagende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren