NEDERLANDS
🇳🇱

    Irrigeren

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • irrigeren

      Werkwoord/ɪri'ɣerən; ɪri'ɣerə/

      infinitief

      irrigeren

      tegenwoordige tijd

      irrigeerirrigeertirrigeren

      verleden tijd

      irrigeerdeirrigeerden

      tegenwoordig deelwoord

      irrigerendirrigerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren