het🇳🇱
  • 11Jas(de)
    Zelfstandig naamwoordbuitenjas of kledingstuk
  • 22Jas(de)
    Zelfstandig naamwoordkleding voor bovenlichaam
  • 33Jassen
    Werkwoordiets aan de hand doen
  • 44Jassen
    Werkwoordeen jas dragen
het🇳🇱
↓↑Enter →
  • 11Jas(de)
    Zelfstandig naamwoordbuitenjas of kledingstuk
  • 22Jas(de)
    Zelfstandig naamwoordkleding voor bovenlichaam
  • 33Jassen
    Werkwoordiets aan de hand doen
  • 44Jassen
    Werkwoordeen jas dragen

Jassen

De woorden hebben te maken met jassen, zowel als kleding of de actie van iets jassen.

  • dejas

    Zelfstandig naamwoord

    buitenjas of kledingstuk

  • dejas

    Zelfstandig naamwoord

    kleding voor bovenlichaam

  • jassen

    Werkwoord

    iets aan de hand doen

  • jassen

    Werkwoord

    een jas dragen

Verwante woorden

gejastjasjasjejasjesjassejassendjassendejastjastejasten