Jat
commonZipf 3.4
hand; kop; werkwoord
de jat
Zelfstandig naamwoord/'jɑt/hand
enkelvoud
jatjatjemeervoud
jattenjatjesde jat
Zelfstandig naamwoord/'ʒɑt/kop
enkelvoud
jatjatjemeervoud
jattenjatjesjatten
Werkwoord/'jɑtən; 'jɑtə/infinitief
jattentegenwoordige tijd
jatjattenverleden tijd
jattejattentegenwoordig deelwoord
jattendjattende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.