NEDERLANDS
🇳🇱

    Jat

    commonZipf 3.4

    hand; kop; werkwoord

    • de jat

      Zelfstandig naamwoord/'jɑt/

      hand

      enkelvoud

      jatjatje

      meervoud

      jattenjatjes
    • de jat

      Zelfstandig naamwoord/'ʒɑt/

      kop

      enkelvoud

      jatjatje

      meervoud

      jattenjatjes
    • jatten

      Werkwoord/'jɑtən; 'jɑtə/

      infinitief

      jatten

      tegenwoordige tijd

      jatjatten

      verleden tijd

      jattejatten

      tegenwoordig deelwoord

      jattendjattende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren