NEDERLANDS
🇳🇱

    Jol

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de jol

      Zelfstandig naamwoord/'jɔl/

      enkelvoud

      joljolletje

      meervoud

      jollenjolletjes
    • jollen

      Werkwoord/'jɔlən; 'jɔlə/

      infinitief

      jollen

      tegenwoordige tijd

      joljoltjollen

      verleden tijd

      joldejolden

      tegenwoordig deelwoord

      jollendjollende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren