NEDERLANDS
🇳🇱

    Jongleert

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • jongleren

      Werkwoord/jɔŋ'lerən; jɔŋ'lerə; ʒɔŋ'lerən; ʒɔŋ'lerə/

      infinitief

      jongleren

      tegenwoordige tijd

      jongleerjongleertjongleren

      verleden tijd

      jongleerdejongleerden

      tegenwoordig deelwoord

      jonglerendjonglerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren