NEDERLANDS
🇳🇱

    Kaartspelen

    uncommonZipf 2.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • het kaartspel

      Zelfstandig naamwoord/'kartspɛl/

      /spellen-of-spelen

      enkelvoud

      kaartspelkaartspelletje

      meervoud

      kaartspelenkaartspellenkaartspelletjes
    • kaartspelen

      Werkwoord/'kartspelən; 'kartspelə/

      infinitief

      kaartspelen

      tegenwoordige tijd

      speel kaartkaartspeelspeelt kaartkaartspeeltspelen kaartkaartspelen

      verleden tijd

      speelde kaartkaartspeeldespeelden kaartkaartspeelden

      tegenwoordig deelwoord

      kaartspelendkaartspelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.