NEDERLANDS
🇳🇱

    Kaats

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de kaats

      Zelfstandig naamwoord/'kats/

      enkelvoud

      kaats

      meervoud

      kaatsen
    • kaatsen

      Werkwoord/'katsən; 'katsə/

      infinitief

      kaatsen

      tegenwoordige tijd

      kaatskaatstkaatsen

      verleden tijd

      kaatstekaatsten

      tegenwoordig deelwoord

      kaatsendkaatsende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren