NEDERLANDS
🇳🇱

    Kabbelende

    uncommonZipf 2.2

    golven; adjectief; schiften

    • kabbelen

      Werkwoord/'kɑbələn; 'kɑbələ/

      golven

      infinitief

      kabbelen

      tegenwoordige tijd

      kabbelkabbeltkabbelen

      verleden tijd

      kabbeldekabbelden

      tegenwoordig deelwoord

      kabbelendkabbelende
    • kabbelend

      Bijvoeglijk naamwoord/'kɑbələnt/

      stellende trap

      kabbelendkabbelendekabbelends
    • kabbelen

      Werkwoord/'kɑbələn; 'kɑbələ/

      schiften

      infinitief

      kabbelen

      tegenwoordige tijd

      kabbelkabbeltkabbelen

      verleden tijd

      kabbeldekabbelden

      tegenwoordig deelwoord

      kabbelendkabbelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren