NEDERLANDS
🇳🇱

    Kachel

    A2commonZipf 3.5

    adjectief; werkwoord

    • kachel

      Bijvoeglijk naamwoord/'kɑxəl/

      stellende trap

      kachel
    • kachelen

      Werkwoord/'kɑxələn; 'kɑxələ/

      infinitief

      kachelen

      tegenwoordige tijd

      kachelkacheltkachelen

      verleden tijd

      kacheldekachelden

      tegenwoordig deelwoord

      kachelendkachelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren