NEDERLANDS
🇳🇱

    Kajak

    uncommonZipf 2.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de kajak

      Zelfstandig naamwoord/'kajɑk/

      enkelvoud

      kajak

      meervoud

      kajakkenkajaks
    • kajakken

      Werkwoord/'kajɑkən; 'kajɑkə/

      infinitief

      kajakken

      tegenwoordige tijd

      kajakkajaktkajakken

      verleden tijd

      kajaktekajakten

      tegenwoordig deelwoord

      kajakkendkajakkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.