NEDERLANDS
🇳🇱

    Kakel

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord; vrouw; gekakel

    • kakelen

      Werkwoord/'kakələn; 'kakələ/

      infinitief

      kakelen

      tegenwoordige tijd

      kakelkakeltkakelen

      verleden tijd

      kakeldekakelden

      tegenwoordig deelwoord

      kakelendkakelende
    • de kakel

      Zelfstandig naamwoord/'kakəl/

      vrouw

      enkelvoud

      kakelkakeltje

      meervoud

      kakelskakeltjes
    • de kakel

      Zelfstandig naamwoord/'kakəl/

      gekakel

      enkelvoud

      kakelkakeltje

      meervoud

      kakeltjes

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren