NEDERLANDS
🇳🇱

    Kalenders

    uncommonZipf 2.6

    adjectief; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • kalend

      Bijvoeglijk naamwoord/'kalənt/

      stellende trap

      kalendkalendekalends

      vergrotende trap

      kalenderkalenderekalenders

      overtreffende trap

      kalendstkalendste
    • de kalender

      Zelfstandig naamwoord/ka'lɛndər/

      enkelvoud

      kalenderkalendertje

      meervoud

      kalenderskalendertjes

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.