Kalkoen
dekalkoen
Zelfstandig naamwoordvogel
vogel
Een grote tamme vogel die mensen houden voor vlees; heeft een brede borst en een naakte huid rond de kop.
We hebben de kalkoen in de oven gezet voor het feest.
informeel — mislukking
Informele naam voor iets dat slecht is of een flop (bijv. een slechte film, voorstelling of idee).
Die nieuwe komedie was een echte kalkoen; het publiek lachte niet.
gevulde kalkoenkalkoen bradenkalkoenfiletkalkoenboutkalkoenen fokkendekalkoen
Zelfstandig naamwoorddeel hoefijzer
vogel
Grote vogel die vaak door mensen wordt gehouden voor het vlees; wordt bij feestdagen gegeten.
Met kerst eten we altijd de kalkoen.
smeedwerk
Een onderdeel van een hoefijzer; een stuk metaal dat bij het hoefijzer hoort.
De kalkoen van het hoefijzer was versleten, dus de smid verving hem.
geroosterde kalkoenkerstkalkoenwilde kalkoenkalkoenfiletkalkoenei