NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Kamper(de)
    Zelfstandig naamwoordbewoner van Kampen
  • 22Kamper(de)
    Zelfstandig naamwoordiemand die kampeert

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Kamper(de)
    Zelfstandig naamwoordbewoner van Kampen
  • 22Kamper(de)
    Zelfstandig naamwoordiemand die kampeert
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Kampers
WoordenboekKampers

Kampers

  • deKamper

    Zelfstandig naamwoord

    bewoner van Kampen

    1. iemand die afkomstig is uit of woont in de stad KampenDe inwoner van Kampen houdt van de historische gebouwen in de stad.
    2. een inwoner van Kampen in historische of folkloristische context, vaak met een stereotiepe betekenisDe Kamper in dat sprookje is altijd erg zuinig.
  • dekamper

    Zelfstandig naamwoord

    iemand die kampeert

    1. iemand die kampeert, vaak in de natuur of op een campingDe kampeerder slaapt in een tent.
    2. iemand die met een kampeerauto of camper reistDe camper rijdt door het mooie Nederlandse landschap.
    3. iemand die deelneemt aan een kampeeractiviteit, zoals een scoutingkampDe kampeerder bouwt een tent op.

Verwante woorden

kamper

Blijf leren

Meest voorkomende Nederlandse woordenOefenen