NEDERLANDS
🇳🇱

    Kapen

    B2commonZipf 3.1

    landpunt; kaapvaart; kijktoren

    • de kaap

      Zelfstandig naamwoord/'kap/

      landpunt

      enkelvoud

      kaapkaapje

      meervoud

      kapenkaapjes
    • de kaap

      Zelfstandig naamwoord/'kap/

      kaapvaart

      enkelvoud

      kaapkaapje

      meervoud

      kapenkaapjes
    • de kaap

      Zelfstandig naamwoord/'kap/

      kijktoren

      enkelvoud

      kaapkaapje

      meervoud

      kapenkaapjes
    • kapen

      Werkwoord/'kapən; 'kapə/

      infinitief

      kapen

      tegenwoordige tijd

      kaapkaaptkapen

      verleden tijd

      kaaptekaapten

      tegenwoordig deelwoord

      kapendkapende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.